Statuut voor de Gedragscommissie

(zoals vastgesteld op de ALV van 10 april 2015)

Gelet op artikel 5 van de statuten van L.M.O. waarin de verplichtingen van de verenigingsleden zijn opgenomen en artikel 6 van die statuten waarin de straffen zijn opgenomen, is middels Gedragsregels bepaald waar men zich aan dient te houden. De Gedragsregels bepalen in artikel 1 waaraan de leden zich dienen te houden, hetgeen nader is uitgewerkt in de vuistregels. In artikel 8 is de verplichting opgenomen dat de leden elkaar aanspreken op elkaars gedrag. In artikel 9 en 10 van die gedragsregels is opgenomen dat wangedrag dient te worden gemeld bij het bestuur en dat leden die zich misdragen, zich moeten verantwoorden bij het hoofdbestuur.

Ten einde het werk van het hoofdbestuur te vereenvoudigen en tevens veilig voetbal beter te incorporeren in de dagelijkse praktijk van L.M.O. heeft het hoofdbestuur besloten tot het instellen van een Gedragscommissie die haar zal adviseren en bijstand verlenen bij het doel te komen tot een veiliger voetbalklimaat op L.M.O.. De Gedragscommissie heeft als taak om met structurele oplossingen te komen voor gesignaleerde problemen en slechts waar echt niet anders kan, te adviseren tot een straf zoals bedoeld in artikel 6 van de statuten:

– berisping
– schorsing (maximaal 1 jaar)
– royement, hetgeen door de Algemene vergadering dient te worden bekrachtigd met 2/3 van de stemmen

De Gedragscommissie bestaat uit minstens drie leden, waarvan één lid uit het Hoofdbestuur en één lid uit het jeugdbestuur. Daarnaast dient minstens één ouder van een jeugdlid in de Gedragscommissie zitting nemen, welke ouder daarnaast geen andere taken binnen de vereniging mag vervullen. Die ouder is tevens voorzitter van de Gedragscommissie. De leden van de Gedragscommissie worden jaarlijks benoemd door de Algemene Ledenvergadering. De Gedragscommissie werkt aan de hand van onderstaande richtlijnen.

1)    Ieder wangedrag, incident, opstootje of calamiteit waarbij spelers, vrijwilligers, familie of vrienden van leden van L.M.O. betrokken zijn, dient onverwijld te worden gemeld bij de gedragscommissie en/of het (jeugd)bestuur. Het maakt daarbij niet uit waar dat incident plaats vond, als L.M.O. daarbij betrokken is en/of genoemd, dan dient het gemeld te worden. Doorslaggevend bij de vraag of er sprake is van wangedrag, is of het gedrag een gevoel van onveiligheid kan opwekken bij andere personen in of rond de vereniging L.M.O..

2)    In concreto houdt de vorige instructie in dat een trainer ieder incident in strijd met de vuistregels dient te melden. Voor zover mogelijk wordt het ter plaatse afgehandeld, maar ook dan nog dient de gedragscommissie te worden geïnformeerd, met vermelding hoe het is afgehandeld. Alleen zo kan de gedragscommissie een beter beeld krijgen waar er nog structurele tekortkomingen zijn waar aan gewerkt kan worden.

3)    Iedere melding, ook van ouders of omstanders, dient aan de gedragscommissie te worden doorgegeven. Zij pakken de melding verder op en zorgen ervoor dat het bestuur op de hoogte wordt gehouden van de verdere afwikkeling.

4)    De gedragscommissie (in een zo volledig mogelijke samenstelling, en in ieder geval steeds alles per email) onderzoekt de melding en probeert zo snel mogelijk alle feiten boven tafel te krijgen. Indien mogelijk gebeurt dat nog dezelfde dag, anders in ieder geval binnen een week na de melding.

5)    Spelers en vrijwilligers zijn verplicht alle medewerking te verlenen. Indien een speler zich beroept op zijn geheimhoudingsrecht, wordt daar rekening mee gehouden voor zover er een gerede kans is dat een speler zich anders strafrechtelijk zou kunnen belasten. Er kan in zo’n geval ondermeer worden afgesproken dat de informatie vertrouwelijk zal worden behandeld.

6)    Nadat alle feiten zijn verzameld wordt de beklaagde nog een laatste maal gevraagd te reageren en tegenargumenten aan te dragen, alsmede verzachtende omstandigheden te bepleiten. Dit wordt overigens al zoveel mogelijk meegenomen hangende het onderzoek.

7)    De gedragscommissie kan aan het Hoofdbestuur voorstellen om spelers en vrijwilligers (waaronder ook de trainers) te straffen door de richtlijnen van de KNVB toe te passen, maar ook door een meer gepaste sanctie of maatregel op te leggen. Factoren die bij de keuze van strafoplegging of maatregel van invloed zijn: de aard van de misdraging en de wijze waarop wordt meegewerkt aan het ophelderen van het incident.

8)    Indien ouders, familie of vrienden van leden zich hebben misdragen, dan zal de gedragscommissie de zaak voorleggen aan het Hoofdbestuur die dan gepaste maatregelen kan nemen, zoals bijvoorbeeld een terreinverbod. Indien derden zich hebben misdragen, zal ofwel het bestuur van de vereniging waartoe zij behoren worden geïnformeerd, ofwel wordt aan het Hoofdbestuur gevraagd via politie of juridische procedure nadere stappen te ondernemen.

9)    De gedragscommissie kan verder naar aanleiding van een incident een aanbeveling doen of nadere regels stellen ter voorkomen van gelijkaardige incidenten in de toekomst. Het doel is te komen tot een veilig voetbalklimaat en de regels dienen ook in dat kader te worden opgesteld.

10) De gedragscommissie brengt eens per jaar kort verslag uit over de bevindingen van afgelopen jaar, welk verslag tijdens de algemene ledenvergadering zal worden gepresenteerd.